Licht uit op de snelweg kost juist geld

Het doven van de lichten langs de snelweg lijkt in eerste instantie geen geld op te leveren, maar juist geld te kosten. Omdat aannemers het licht handmatig moeten inschakelen bij wegwerkzaamheden en grote ongevallen, kost het Rijkswaterstaat tonnen meer dan het oplevert, zo blijkt uit documenten van het Algemeen Dagblad.

2 miljoen per jaar onvoorzien

De maatregel om verlichting langs de Nederlandse snelwegen ’s nachts uit te schakelen ging op 1 september 2013 in, zodat geld en energie bespaard kon worden. Nu blijkt dat deze maatregel inderdaad 600.000 euro per jaar oplevert, maar dat het handmatig bedienen van de lichten zo’n 2 miljoen euro kost. Op de helft van de betrokken trajecten kan Rijkswaterstaat de verlichting niet centraal bedienen.

Volgens woordvoerder Hans van der Togt gaat het om onvoorziene aanloopkosten. “Om de verlichting uit te schakelen, moet een aannemer met zijn auto naar een locatie langs de snelweg. Hij moet daar een schakelkast opzoeken en een aantal knoppen omzetten. Dat kost geld”, stelt hij op Radio 1.

Snelweg

Maatregel blijft van kracht

Rijkswaterstaat is bezig met een centrale bediening van de verlichting, zodat deze kosten van de baan zijn. “Die centrale schakeling kost ook weer acht ton”, zegt Van der Togt. “Als je de kosten bij elkaar optelt levert de maatregel na een aantal jaar toch geld op.” Rijkswaterstaat denkt er niet over om de maatregel terug te draaien omdat dit te verwarrend is voor automobilisten, en neemt haar verlies.